ECLI:NL:GHSHE:2010:BN0685
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E.F.G.M. Gelderman
- N.J.L.M. Tuijn
- J. Buhrs-Platschorre
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens vervolgingsbeletsel op grond van artikel 31 Vluchtelingenverdrag
Verdachte werd vervolgd wegens bezit van een vervalst Frans paspoort bij binnenkomst in Nederland. Hij voerde aan dat hij als vluchteling bescherming geniet onder artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, dat strafsancties voor onrechtmatige binnenkomst uitsluit indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Het hof onderzocht of verdachte aan de voorwaarden voldeed: hij is vluchteling, afkomstig uit een bedreigd gebied (Iran), en heeft zich onverwijld gemeld bij de autoriteiten na binnenkomst. Hoewel verdachte via Turkije, Indonesië en Duitsland reisde, oordeelde het hof dat deze landen niet als veilig verblijf konden worden beschouwd, en dat Duitsland slechts een doorreisland was.
Verdachte meldde zich binnen 48 uur na binnenkomst bij de autoriteiten en gaf aan asiel te willen aanvragen. Het hof stelde vast dat het openbaar ministerie te lichtvaardig tot vervolging was overgegaan zonder de asielaanvraag af te wachten.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigde het vonnis van de politierechter.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens toepassing van artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag.