ECLI:NL:HR:2009:BI1325
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij bezit vals reisdocument
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens het bezit van een vals Grieks paspoort en een vervalst Griekse marinepas. Het hof verwierp het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, omdat de verdachte vluchteling was en het bezit van valse reisdocumenten onder dat artikel zou vallen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte onderscheid maakte tussen het illegaal binnenkomen of verblijven van vluchtelingen en het bezit van valse identiteitspapieren. Artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro beschermt vluchtelingen tegen strafsancties wegens illegale binnenkomst of verblijf, maar niet tegen vervolging voor het bezit van valse documenten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige klachten worden verworpen. Hiermee wordt de bescherming van vluchtelingen conform de bedoeling van artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro gewaarborgd zonder dat het bezit van valse documenten automatisch valt onder die bescherming.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting over het bezit van vals reisdocument.