ECLI:NL:GHSHE:2010:BN0784
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Milar
- Draijer-Udo
- Enkelaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject
Appellanten, gehuwd in gemeenschap van goederen, verzochten de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een gezamenlijke schuldenlast van ruim €58.000. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden en dat zij de verplichtingen van de regeling zouden nakomen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat appellanten geen minnelijk traject met schuldeisers hadden gestart, wat een vereiste is volgens artikel 285 lid 1 aanhef Pro onder f Faillissementswet. Appellanten verwezen naar het standpunt van de gemeente dat vanwege de zakelijke aard van de schulden geen minnelijk traject was gestart, maar dit verweer werd verworpen. Het hof benadrukte dat de schuldsaneringsregeling ook geldt voor natuurlijke personen met zakelijke schulden en dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen zakelijke en privé schulden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Wel blijft het mogelijk om opnieuw een verzoek in te dienen. De uitspraak werd gedaan op 7 juli 2010.
Uitkomst: Appellanten zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een minnelijk traject.