ECLI:NL:HR:2010:BM8083

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00447
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 onder f FwArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende informatie College B&W

In deze zaak verzocht een vrouw om toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank en het gerechtshof hadden het verzoek afgewezen wegens het ontbreken van een verklaring van het College van Burgemeester en Wethouders dat er geen reële mogelijkheden waren voor een buitengerechtelijke schuldenregeling, zoals vereist in artikel 285 lid 1 onder Pro f van de Faillissementswet.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten en overwoog dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van voldoende informatie in de verklaring van het College van Burgemeester en Wethouders.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende verklaring van het College van Burgemeester en Wethouders.

Uitspraak

18 juni 2010
Eerste Kamer
10/00447
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 155318 van de rechtbank Haarlem van 8 september 2009,
b. het arrest in de zaak 200.042.453/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 juni 2010.