ECLI:NL:GHSHE:2010:BN5162
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.F.G. Wijnen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tijdsevenredige herleiding premie-inkomen bij niet-inwoners in Nederland
Belanghebbende, een Duitse werknemer die in 2005 van januari tot mei in Nederland werkte en daarna een Duitse werkloosheidsuitkering ontving, koos voor toepassing van artikel 2.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur weigerde toepassing van artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 (UPV), die tijdsevenredige herleiding van het premie-inkomen mogelijk maakt. De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het niet toepassen van artikel 5 UPV Pro leidt tot ongelijke behandeling van ingezetenen en niet-ingezetenen, in strijd met het vrije verkeer van werknemers zoals gewaarborgd in artikel 39 EG Pro-verdrag en artikel 7 van Pro EG-verordening 1612/68. Het Hof volgde deze lijn en oordeelde dat het vereiste in artikel 5 UPV Pro onverenigbaar is met het EG-verdrag, mede gelet op het arrest Terhoeve en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de beslissing van de inspecteur, stelde het premie-inkomen vast op € 6.133, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak benadrukt dat administratieve vereenvoudiging geen rechtvaardiging vormt voor het belemmeren van het vrije verkeer van werknemers binnen de EU.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond en stelt het premie-inkomen vast op € 6.133 met vergoeding van griffierechten en proceskosten.