ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7353
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Keizer
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering beëindiging huurovereenkomst bedrijfswoning wegens niet-noodzakelijke bestemmingsverwezenlijking
De Klotterkuil verhuurde een woning aan [X.] die gelegen is op een perceel met agrarische bestemming en bedrijfswoningen volgens het bestemmingsplan. De verhuurder wilde de huurovereenkomst beëindigen omdat de woning volgens het bestemmingsplan weer als dienstwoning voor de bedrijfsleider van het aangrenzende tuinbouwbedrijf gebruikt moest worden.
De huurder [X.] verzette zich tegen de beëindiging en stelde dat de opzeggingsgrond van artikel 7:274 lid 1 sub e BW Pro niet van toepassing was omdat niet was aangetoond dat de ontwikkeling van de gemeente tot verwezenlijking van de bestemming noopt. Het hof bevestigde dat deze voorwaarde strikt wordt getoetst bij particuliere verhuurders.
Het hof oordeelde dat De Klotterkuil onvoldoende had gesteld of bewezen dat de gemeente de verhuurder had aangeschreven om de bestemming te verwezenlijken en dat de ontwikkeling van de gemeente tot die bestemming noopt. Hierdoor kon de opzeggingsgrond niet worden toegepast en moest de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst worden afgewezen.
De eerdere vonnissen van de rechtbank werden vernietigd en De Klotterkuil werd veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van De Klotterkuil af en vernietigt de vonnissen van de rechtbank.