ECLI:NL:GHSHE:2010:BN8832
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- K. van der Meijde
- F.P.E. Wiemans
- S.B.M. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens onvoldoende bewijs betaling vervoersbewijs
De verdachte werd beschuldigd van zwartrijden op twee momenten in 2007 door gebruik te maken van de trein zonder geldig vervoerbewijs. Volgens artikel 48 van Pro het Besluit personenvervoer 2000 moet een reiziger die zonder geldig vervoerbewijs wordt aangetroffen tweemaal in de gelegenheid worden gesteld om alsnog de vervoersprijs te voldoen. Indien dit binnen de gestelde termijn gebeurt, vervalt het recht op strafvervolging.
In de processen-verbaal van twee buitengewoon opsporingsambtenaren werd vermeld dat verdachte tweemaal de gelegenheid is geboden om alsnog te betalen, maar deze ambtenaren verklaarden ter terechtzitting dat zij deze betalingen niet zelf hebben geverifieerd en dat de vermelding in het proces-verbaal automatisch door een computersysteem werd gegenereerd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of verdachte daadwerkelijk tweemaal de kans heeft gekregen om te betalen.
Het hof concludeerde dat het openbaar ministerie niet had mogen overgaan tot vervolging zonder vaststelling dat aan de vereisten van artikel 48 was Pro voldaan. Omdat dit niet kon worden vastgesteld uit het dossier, verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter werd daarmee ongegrond verklaard en het vonnis vernietigd. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en verifieerbare vastlegging van de betalingstermijnen bij verdenking van zwartrijden.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bewijs dat verdachte tweemaal in de gelegenheid is gesteld om alsnog te betalen.