ECLI:NL:PHR:2012:BV7047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM bij onduidelijkheid over betaling vervoerbewijs zonder geldig kaartje
De verdachte werd vervolgd wegens het zonder geldig vervoerbewijs reizen met de trein op twee data in 2007. Het Hof ’s-Hertogenbosch verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk omdat uit het dossier niet kon worden vastgesteld of de verdachte tweemaal in de gelegenheid was gesteld om alsnog de verschuldigde vervoersprijs te betalen, zoals vereist op grond van artikel 48 van Pro het Besluit Personenvervoer 2000.
De processen-verbaal waren opgesteld door buitengewoon opsporingsambtenaren die verklaarden niet te kunnen verifiëren of daadwerkelijk aan deze betalingsgelegenheid was voldaan, omdat de gegevens automatisch gegenereerd werden en zij geen zicht hadden op de betaling. Het Hof oordeelde dat het OM niet tot vervolging mocht overgaan zonder dat vaststond dat de verdachte tweemaal de gelegenheid had gekregen tot betaling.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde echter dat het recht op strafvervolging pas vervalt zodra de reiziger daadwerkelijk binnen de gestelde termijnen betaalt, niet omdat de vervoerder de reiziger tweemaal in de gelegenheid heeft gesteld om te betalen. De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het Hof berust op een onjuiste rechtsopvatting en vernietigt het arrest, waarna de zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor herbeoordeling.
De zaak verduidelijkt de interpretatie van artikel 48 van Pro het Besluit Personenvervoer 2000 en benadrukt dat het OM niet ontvankelijk is als de betaling binnen de termijn is voldaan, maar dat het niet noodzakelijk is dat uit het dossier blijkt dat de reiziger tweemaal de gelegenheid tot betaling heeft gekregen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en wijst zaak terug wegens onjuiste rechtsopvatting over ontvankelijkheid OM.