ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1895
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergrijpboete wegens niet tijdige betaling dividendbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft op 18 april 2007 een dividenduitkering gedaan en de aangifte dividendbelasting op 26 april 2007 ingediend. De betaling van de dividendbelasting vond echter pas plaats op 31 mei 2007, na de uiterste betaaldatum van 17 mei 2007. De Inspecteur legde daarom een vergrijpboete van €950 op wegens grove schuld.
Belanghebbende betwist de grove schuld en stelt dat zij onverwijld actie heeft ondernomen om de benodigde betalingsgegevens bij de gemachtigde op te vragen nadat zij ontdekte dat zij deze niet meer bezat. Het hof stelt vast dat deze actie enkele dagen vóór de fatale datum heeft plaatsgevonden en dat de betaling pas na de feestdagen (Hemelvaart en Pinksteren) is bijgeschreven, waardoor het niet onredelijk lang heeft geduurd.
Het hof oordeelt dat hoewel belanghebbende enig verwijt kan worden gemaakt vanwege lichtvaardigheid, dit niet de in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid bereikt die nodig is voor een vergrijpboete. De rechtbank had de boete vernietigd en het hof bevestigt deze uitspraak. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en legt griffierecht op voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen sprake is van grove schuld en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.