ECLI:NL:GHSHE:2010:BP3728
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- N. van Beelen
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering vordering fiscale eenheid na ontvoeging en faillissement hotel BV
Belanghebbende exploiteerde via een fiscaal gevoegde dochter-BV een hotel dat sinds oprichting in 2002 verlies leed en ultimo 2003 een schuld van €404.210 aan belanghebbende had. In 2004 werd het onroerend goed verkocht, de fiscale eenheid ontvoegd en de dochter-BV failliet verklaard.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende de vordering op de dochter-BV terecht kon afwaarderen in haar winst over 2004. Het hof oordeelde dat de waardering van de vordering moet plaatsvinden naar de feiten per ultimo 2003, waarbij de vordering niet boven de nominale of bedrijfswaarde mag worden gesteld, conform de voorwaarden van de fiscale eenheid.
Belanghebbende stelde dat waardering volgens goed koopmansgebruik moest plaatsvinden, maar het hof verwierp dit omdat bij totaalwinstbepaling goed koopmansgebruik geen rol speelt. De inspecteur maakte aannemelijk dat de vordering nihil waard was door de aanhoudende leegstand, negatieve eigen vermogen en het ontbreken van activa.
Daarom was de afwaardering in 2004 niet terecht en werd het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vordering ultimo 2003 nihil waard was en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.