ECLI:NL:GHSHE:2010:BP7311
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling perceel grond voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende kocht op 20 oktober 2003 een perceel agrarische grond en vroeg op 27 november 2003 vrijstelling van het bestemmingsplan aan via de regeling Ruimte voor Ruimte. De gemeente stelde op 4 mei 2004 een bouwcontingent van €96.000 ter beschikking. De discussie betrof de waarde van het perceel op de peildatum, waarbij belanghebbende stelde dat het landbouwgrond betrof en de Inspecteur sprak van maagdelijke bouwgrond.
De Inspecteur taxeerde de waarde op €45.000, gebaseerd op een taxatierapport van mei 2006, terwijl belanghebbende een waarde van €6.145 aanvoerde zonder taxatierapport. Het Hof concludeerde dat de Inspecteur zijn waarde niet aannemelijk maakte en ook de door belanghebbende voorgestane waarde onvoldoende onderbouwd was. Het Hof stelde de waarde in goede justitie vast op €37.000, rekening houdend met de zogenaamde warme grond en vergelijkbare percelen.
De Rechtbank had de naheffingsaanslag vernietigd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond. Tevens werd de boetebeschikking vernietigd en de heffingsrente verminderd. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Het Hof benadrukte dat de waarde van het perceel moet worden bepaald op basis van economische waarde en dat de procedure en bewijsvoering adequaat waren.
De uitspraak is gedaan door drie rechters en griffier Kock op 2 december 2010 te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het Hof stelt de waarde van het perceel vast op €37.000 en verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond.