ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ1353
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Beelen
- P. Fortuin
- S. Bosma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en onevenredig nadeel van door waterschap opgelegde omslagheffingen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door het waterschap Rivierenland opgelegde aanslagen omslagheffing voor het belastingjaar 2002, stellende dat sprake was van een onevenredig nadeel en dat het waterschap een afzonderlijke omslagklasse had moeten instellen. Na een eerdere procedure bij het Gerechtshof Arnhem en een vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak doorverwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling.
Het Hof nam de feiten over zoals vastgesteld door het Gerechtshof Arnhem en beoordeelde de drie hoofdvragen: de rechtmatigheid van de lastenverschuiving na de fusie van waterschappen, het belang van belanghebbende bij de taken van het waterschap, en de vraag of het waterschap een aparte omslagklasse had moeten instellen vanwege een vermeend onevenredig nadeel.
Het Hof oordeelde dat de lastenverschuiving rechtmatig was en dat belanghebbende belang had bij de waterschapstaken, aangezien zijn eigendommen binnen het gebied van het waterschap lagen waar zowel waterkeringszorg als waterbeheersingszorg wordt uitgevoerd. De stelling van belanghebbende dat sprake was van een onevenredig nadeel werd verworpen omdat deze was gebaseerd op een vergelijking vóór de fusie en onvoldoende onderbouwd was met actuele gegevens.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeken tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 december 2010.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen omslagheffing wordt ongegrond verklaard.