ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ2566

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 103.005.822 E
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Meulenbroek
  • Keizer
  • Venhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 170 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis rechtbank wegens onbevoegdheid en terugverwijzing naar rechtbank Roermond

In deze civiele zaak tussen Interpolis Schade c.s. en [A.] c.s. stond de vraag centraal of de rechtbank Roermond bevoegd was om kennis te nemen van de vorderingen van Interpolis c.s. Het hof heeft bij een tussenarrest een bewijsopdracht gegeven aan [A.] c.s. om te bewijzen dat de bevoegde rechter te Keulen bevoegd was, maar [A.] c.s. heeft nagelaten de aangezegde getuigen te doen verschijnen en heeft geen memorie na niet gehouden enquête genomen.

Hierdoor is niet voldaan aan de bewijsopdracht en is het bewijs niet geleverd. Het hof oordeelt dat op grond van de FENEX-voorwaarden de rechtbank Roermond wel bevoegd is. Het eerdere vonnis van onbevoegdheid wordt daarom vernietigd.

De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Roermond voor een inhoudelijke beslissing op de hoofdzaak. Tevens wordt [A.] c.s. veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De proceskostenveroordeling in eerste aanleg wordt niet herzien en zal later worden beslist.

Het arrest is gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2010.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van onbevoegdheid en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond voor inhoudelijke behandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer HD 103.005.822
arrest van de zevende kamer van 6 juli 2010
in de zaak van
1. de naamloze vennootschap N.V. INTERPOLIS SCHADE,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X.] LOGISTICS B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEBR. [Y.] TRANSPORTEN B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellanten,
advocaat: mr. M. Bouman,
tegen:
1. [Z.] h.o.d.n. GARTENBAU [A.],
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
2. de vennootschap naar Duits recht [B.] GMBH & CO. KG,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.B.J.G.M. Schyns,
als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 8 december 2009 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond tussen partijen onder zaaknummer/rolnummer 77627/HA ZA 07-41 gewezen vonnis van 20 juni 2007.
9. Het verdere verloop van het geding
9.1 Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [A.]c.s. een bewijsopdracht verstrekt. Het getuigenverhoor is bepaald op 23 maart 2010. De door [A.]c.s. aangezegde getuigen zijn toen niet verschenen, waarop de zaak naar de rol is verwezen voor memorie na niet gehouden enquête aan de zijde van [A.]c.s.
9.2 Door [A.]c.s. is geen memorie na niet gehouden enquête genomen, waarna de zaak op de rol voor fourneren is geplaatst.
9.3 Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. In het procesdossier van [A.]c.s. bevindt zich alleen het proces-verbaal van de zitting op 23 maart 2010.
10. De verdere beoordeling
10.1 Bij tussenarrest van 8 december 2009 heeft het hof [A.]c.s. toegelaten te bewijzen dat tussen [X.] en [A.] is overeengekomen dat de bevoegde rechter te Keulen bevoegd is van eventuele geschillen over de opdracht van 2006 kennis te nemen.
10.2 Met inachtneming van de door partijen opgegeven verhinderdata is op 26 januari 2010 de enquête bepaald op 23 maart 2010. Op 15 maart 2010 zijn door [A.]c.s. vijf getuigen aangezegd. De advocaat van [A.]c.s. heeft op 19 maart 2010 (telefonisch) en op 22 maart 2010 (schriftelijk) verzocht het getuigenverhoor aan te houden. Dit verzoek is door de rolraadsheer afgewezen, waarop de zitting van 23 maart 2010 doorgang heeft gevonden. Op deze zitting zijn de aangezegde getuigen niet verschenen. Ter zitting is gebleken dat zij niet op juiste wijze zijn opgeroepen (artikel 170 Rv Pro). De advocaat van [A.]c.s. heeft opnieuw aanhouding verzocht, tegen welk verzoek de advocaat van Interpolis c.s. gemotiveerd bezwaar gemaakt heeft. De raadsheer-commissaris heeft op de gronden die in het proces-verbaal van de zitting zijn vermeld, dit verzoek afgewezen en de zaak naar de rol verwezen voor memorie na niet gehouden enquête aan de zijde van [A.]c.s. Die memorie heeft [A.]c.s. niet genomen.
10.3 De stand van zaken is nu dat [A.]c.s. geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om naar aanleiding van de bewijsopdracht getuigen te horen terwijl zij evenmin op andere wijze enig bewijs heeft bijgebracht. De consequentie hiervan is dat zij er niet in is geslaagd het gevraagde bewijs te leveren. Zoals overwogen in het tussenarrest van 8 december 2009 (r.o. 7.7) betekent dit dat op grond van de FENEX-voorwaarden de rechtbank Roermond bevoegd is om van de vorderingen van Interpolis c.s. kennis te nemen.
10.4 De slotsom is dat de grieven van Interpolis c.s. slagen en dat het vonnis, waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard, vernietigd dient te worden. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Roermond om op de hoofdzaak te beslissen. [A.]c.s. wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De vernietiging van het vonnis betreft mede de daarin opgenomen proceskostenveroordeling; hierover zal in eerste aanleg in een later stadium beslist moeten worden.
11. De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Roermond van 20 juni 2007, voor zover daarvan beroep en, in zoverre opnieuw rechtdoende:
wijst of de incidentele vorderingen tot onbevoegdverklaring;
verwijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond om op de hoofdzaak te beslissen;
veroordeelt [A.]c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interpolis c.s. begroot op € 182,95 aan dagvaardingskosten, op € 300,= aan vast recht en op € 2.235,= aan salaris advocaat;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. Meulenbroek, Keizer en Venhuizen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 juli 2010.