ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ6596
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Keizer
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsloods na betaling achterstallige huurtermijnen
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van een bedrijfsloods centraal, waarbij de huurder de achterstallige huurtermijnen moest voldoen om de overeenkomst te laten overnemen door een derde partij. Het hof heeft op basis van een deskundigenbericht vastgesteld dat de huurder aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, onder meer door verrekening van bedragen.
De verhuurder voerde aan dat de afspraken uit het gespreksverslag van 27 oktober 2003 niet bindend waren, omdat de derde partij het gespreksverslag niet had ondertekend en niet gebonden wilde zijn. Het hof verwierp deze stelling, mede omdat het gespreksverslag mede door de derde partij was ondertekend en partijen uitvoering hadden gegeven aan de afspraken.
Daarnaast stelde de verhuurder dat de vertegenwoordiger die het gespreksverslag mede ondertekende niet bevoegd was, maar dit verweer werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de procesorde. Het hof concludeerde dat de huurovereenkomst per 1 oktober 2003 was beëindigd en dat de huurder niet aansprakelijk kon worden gesteld voor schade aan het gehuurde die na die datum ontstond.
De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de deskundige.
Uitkomst: De huurovereenkomst werd per 1 oktober 2003 beëindigd en de vorderingen van de verhuurder werden afgewezen.