ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ7335

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.075.192 T1
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Brandenburg
  • Gründemann
  • Wabeke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beproeven minnelijke regeling in hoger beroep civiele zaak tussen X. c.s. en Aquastaete B.V.

In deze civiele zaak is het hoger beroep van X. c.s. tegen Aquastaete B.V. aanhangig gemaakt bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft meerdere vonnissen van de rechtbank Breda over diverse data tussen 2005 en 2010.

Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het beproeven van een minnelijke regeling of doorverwijzing naar mediation. Tijdens deze comparitie zal informatie worden uitgewisseld en kunnen partijen instructies ontvangen met betrekking tot de zaak. Pleiten tijdens de comparitie is niet toegestaan.

De comparitie is vastgesteld op 10 januari 2011 om 11.30 uur, waarbij partijen persoonlijk en met een bevoegde vertegenwoordiger dienen te verschijnen. Tevens is bepaald dat de advocaat van X. c.s. uiterlijk 14 december 2010 het volledige procesdossier zal overleggen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen om een minnelijke regeling te beproeven en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer HD 200.075.192
arrest van de vierde kamer van 30 november 2010
in de zaak van
1. [X.],
2. [Y.],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. P.H.G.C. Gremmen,
tegen:
RESORT AQUASTAETE B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.P. Kabel,
op het hoger beroep van de door de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Breda gewezen vonnissen van 31 augustus 2005, 3 mei 2006, 19 juli 2006, 31 januari 2007, 11 april 2007, 13 februari 2008, 19 maart 2008, 24 december 2008, 11 maart 2009, 17 juni 2009, 12 augustus 2009 en 7 juli 2010 tussen appellanten – [X.] c.s. – als gedaagden en geïntimeerde – Aquastaete – als eiseres.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 345779 CV EXPL 05-1916)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. [X.] c.s. hebben bij exploot van 4 oktober 2010 aangezegd van genoemde vonnissen in hoger beroep te komen met dagvaarding van Aquastaete voor dit hof.
2.2. Ter rolle van 19 oktober 2010 is de zaak aangebracht en is Aquastaete bij advocaat verschenen.
3. De beoordeling
3.1. Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder het kopje ‘voor juristen’).
3.2. De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
3.3. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat [X.] c.s. in persoon en Aquastaete, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, op 10 januari 2011 te 11.30 uur zullen verschijnen voor mr. M.A. Wabeke als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.1 vermelde doeleinden;
bepaalt dat de advocaat van [X.] c.s. uiterlijk 14 december 2010 een fotokopie van het volledige procesdossier zal overleggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Brandenburg, Gründemann en Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 november 2010 .