ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0445
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag tabaksaccijns wegens voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten
Belanghebbende, werkzaam als bedrijfsleider bij een handelsmaatschappij, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd vanwege het voorhanden hebben van ruim 9,7 miljoen onveraccijnsde sigaretten, verborgen in metalen balken, rollen polypropyleen en peren. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank, die de aanslag verminderde, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de bevestiging van de aanslag.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de Inspecteur in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door niet alle betrokkenen naheffingsaanslagen op te leggen en dat hij geen voordeel had genoten. Het hof verwierp deze verweren, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad en benadrukte dat het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten een zelfstandig belastbaar feit is, ongeacht het genoten voordeel.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag van €401.067. Ook werd geoordeeld dat de stelling dat de aanslag tot ontslag en faillissement zou leiden niet in deze procedure aan de orde kon komen. Het hof wees verzoeken tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag van €401.067 wegens het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en verklaart het hoger beroep ongegrond.