ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ1269
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Fikkers
- Van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing provisionele vorderingen curator wegens onvoldoende aannemelijkheid kennelijk onbehoorlijk bestuur
De curator, handelend in zijn hoedanigheid als curator in de faillissementen van Kasterlee IT Components B.V., Kasterlee Optiek B.V. en Optiland B.V., vorderde in een incident provisionele voorzieningen ter zake betaling van bedragen die volgens hem onrechtmatig en/of paulianeus waren onttrokken. Deze vorderingen waren gerelateerd aan de hoofdzaak waarin de curator stelde dat de bestuurders kennelijk onbehoorlijk bestuur hadden gevoerd, wat een belangrijke oorzaak van de faillissementen zou zijn geweest.
De rechtbank had de provisionele vorderingen aanvankelijk afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, en het hof bevestigde dit oordeel. De curator voerde aan dat de vorderingen samenhangen met de hoofdvordering en dat hij een dringend belang had bij de voorlopige voorziening. Het hof oordeelde echter dat de curator onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de primaire vorderingen in de hoofdzaak zouden worden toegewezen, mede omdat het causaal verband tussen de onttrekkingen en het faillissement niet was onderbouwd.
Het hof verklaarde de curator niet ontvankelijk voor zover de vorderingen tegen Rentec B.V. waren gericht, omdat tegen deze partij geen eis in de hoofdzaak was ingesteld. De vorderingen tegen [X.] en [Y.] Beheer werden afgewezen. De beslissing over de proceskosten in het incident werd aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor memorie van grieven.
Uitkomst: De provisionele vorderingen van de curator worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van kennelijk onbehoorlijk bestuur.