ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ5302
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en anciënniteit
De zaak betreft het hoger beroep van [X.] tegen het vonnis van de kantonrechter Breda inzake haar ontslag bij [Y.] B.V. [X.] was sinds 1985 als schoonheidsspecialiste in dienst en werd ontslagen per 1 september 2008. Zij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding en vergoeding van juridische kosten.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op zich gerechtvaardigd was vanwege de slechte bedrijfseconomische situatie van [Y.], maar kennelijk onredelijk vanwege schending van het anciënniteitsbeginsel en onvoldoende inspanningen om [X.] passend werk aan te bieden. Desondanks wees de kantonrechter de schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing en slechte financiële positie van [Y.], en wees ook de vergoeding voor juridische kosten af.
In hoger beroep richtte [X.] zich vooral op de financiële situatie van [Y.] en de gevolgen van het ontslag. Het hof oordeelde dat de slechte financiële positie van [Y.] ten tijde van het ontslag voldoende was aangetoond en dat daardoor geen vergoeding voor de ontslaggevolgen toekwam. Wel werd de afwijzing van de vergoeding voor juridische kosten vernietigd en werd een bedrag van €1.200 toegekend wegens de onjuiste opzegtermijn.
Het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige en veroordeelde [X.] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag wordt niet kennelijk onredelijk geacht, maar [Y.] moet €1.200 aan juridische kosten aan [X.] betalen.