ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9048
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N. van Beelen
- P. Fortuin
- P.A.M. Pijnenburg
- Rechtspraak.nl
Geen verhuisboedelvrijstelling BPM bij tijdelijk verblijf in Duitsland
Belanghebbende, een promovendus met Nederlandse nationaliteit, werkte tijdelijk in Duitsland bij het B Centrum in het kader van een samenwerking met zijn Nederlandse werkgever, de Universiteit van A. Tijdens zijn verblijf in Duitsland behield hij zijn woning in Nederland, waar zijn vriendin bleef wonen, en hield hij zijn Nederlandse bankrekening aan. Hij kocht een auto in Duitsland en vroeg vrijstelling van BPM aan op grond van de verhuisboedelvrijstelling.
De Inspecteur wees het verzoek af omdat belanghebbende niet zijn normale verblijfplaats naar Nederland had overgebracht, een vereiste voor de vrijstelling volgens de Wet BPM en het Uitvoeringsbesluit BPM 1992. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat het verblijf in Duitsland tijdelijk was en dat de normale verblijfplaats in Nederland bleef. Dit bleek uit de arbeidsrelatie met de Nederlandse universiteit, het voortzetten van de woninghuur in Nederland, het aanhouden van de Nederlandse bankrekening en de terugkeer naar Nederland na het verblijf. Daarom voldeed belanghebbende niet aan de voorwaarden voor de verhuisboedelvrijstelling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verhuisboedelvrijstelling BPM bevestigd.