ECLI:NL:GHSHE:2011:BR2546
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting en boetebeschikking wegens tijdigheid verzending
Belanghebbende ontving op 4 januari 2008 een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en een beschikking heffingsrente, gedagtekend 29 december 2007. De inspecteur stelde dat deze stukken op 28 december 2007 met 48-uurs post waren verzonden, binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het belastingjaar 2002. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de verzending pas op 2 januari 2008 had plaatsgevonden.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor tijdige verzending. De ambtsedige verklaring van een productiecoördinator was niet onderbouwd en tegenstrijdig met andere feiten. Ook de accountantsverklaring van de Auditdienst Financiën betrof alleen het totale aantal poststukken over een periode, niet de verzending van het specifieke aanslagbiljet op 28 december 2007.
Het hof concludeerde dat de inspecteur niet had voldaan aan de bewijslast om aannemelijk te maken dat de aanslag en beschikkingen vóór 1 januari 2008 waren verzonden. Daarom werd het hoger beroep van de inspecteur ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.