Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/RANDMEREN,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 april 2012
- de akte van [gedaagde] van 16 oktober 2012
- de akte overlegging producties ter gelegenheid van de comparitie na antwoord van de Ontvanger en de Staat van 16 oktober 2012
- het proces-verbaal van comparitie van 16 oktober 2012
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
- [E]
- (…); en
- [G]
- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,
- (een) te ho(o)ge en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan lo(o)n(en) en/of loonheffing(en) en
- (een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan aftrekposten (waaronder ziektekosten of andere buitengewone uitgaven en/of giften),
3.Het geschil
4.De beoordeling
3.870,00(3,0 punten × correctiefactor 0,5 × tarief € 2.580,00)
3.870,00(3,0 punten × correctiefactor 0,5 × tarief € 2.580,00)