ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6561
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- O.G.H. Milar
- M.C. Bijleveld-van der Slikke
- Th.A. Pouw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant [X.] heeft bij de rechtbank Maastricht verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen volledige buitengerechtelijke schuldregeling had doorlopen. In hoger beroep betoogde zij dat wel degelijk een serieuze poging was gedaan, uitgevoerd door een advocaat, en dat zij geen afloscapaciteit had om betalingsvoorstellen te doen.
Het hof oordeelt dat appellant ontvankelijk is in het hoger beroep, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2010. Het hof stelt vast dat er een serieuze poging is gedaan tot buitengerechtelijke schuldregeling, maar dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over diverse schulden, waaronder die aan de belastingdienst en energieleveranciers. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Hoewel appellant stelt inmiddels te handelen te goeder trouw en haar situatie te verbeteren, is het hof van oordeel dat dit onvoldoende is om aan de wettelijke vereisten te voldoen. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt daarom afgewezen. Het hof sluit niet uit dat appellant op een later moment met meer duidelijkheid opnieuw een verzoek kan indienen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.