ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6652
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vestiging en werking van pandrecht op toekomstige vorderingen uit bestaande rechtsverhoudingen
In deze civiele zaak staat centraal of een bank een rechtsgeldig pandrecht heeft op bestaande en toekomstige vorderingen van een teler ([Y.]) op de coöperatieve telersvereniging Sunquality. De bank stelt dat zij door een geregistreerde pandakte uit 2006 gerechtigd is deze vorderingen te innen. Sunquality betwist dit en voert aan dat de vorderingen pas na verkoop door een derde ([A.]) ontstaan en dat zij slechts doorgeefluik is.
Het hof stelt vast dat [Y.] lid was van Sunquality en zich verplichtte haar producten uitsluitend via de coöperatie te verkopen. De vorderingen van [Y.] op Sunquality vloeien rechtstreeks voort uit deze rechtsverhouding. De pandakte van 2006 omvatte bestaande en toekomstige vorderingen, en de bank heeft door mededeling het stille pandrecht omgezet in een openbaar pandrecht, waardoor zij inningsbevoegd werd.
Sunquality's verweer dat verrekening door [A.] haar betalingsverplichting aan de bank zou opheffen, faalt omdat de bank reeds pandhouder was bij het moment van verrekening. De rechtbank had de vorderingen van de bank afgewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel en wijst de zaak terug voor nadere bewijslevering over de hoogte van de vordering en de uitwinning van zekerheden.
Het arrest bevestigt dat een stil pandrecht op toekomstige vorderingen uit bestaande rechtsverhoudingen rechtsgeldig kan worden gevestigd en door mededeling openbaar wordt, en dat een derde die van het pandrecht op de hoogte is gehouden, niet kan volstaan met verrekening ten opzichte van de pandhouder.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het pandrecht op bestaande en toekomstige vorderingen rechtsgeldig is gevestigd en omgezet in openbaar pandrecht, waardoor de bank inningsbevoegd is, en verwijst de zaak terug voor nadere bewijslevering.