ECLI:NL:GHSHE:2011:BT1928
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- K. van der Meijde
- H. Harmsen
- T.A. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor vordering politieambtenaar
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte op 21 september 2009 te 's-Hertogenbosch terecht werd vervolgd voor het niet opvolgen van een vordering van een politieambtenaar. De tenlastelegging betrof het niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens artikel 10 van Pro de Algemene Plaatselijke Politieverordening (APV) 's-Hertogenbosch, in combinatie met artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft overwogen dat artikel 184 Sr Pro vereist dat de vordering door een ambtenaar moet zijn gedaan krachtens een wettelijk voorschrift dat uitdrukkelijk de bevoegdheid tot het doen van een vordering toekent. Artikel 10 van Pro de APV 's-Hertogenbosch bevat deze uitdrukkelijke bevoegdheid niet. Ook de verwijzing naar de Politiewet 1993, artikelen 2 en 12, biedt geen wettelijke basis voor een zodanige vordering.
Daarom oordeelt het hof dat de vordering niet krachtens wettelijk voorschrift is gedaan en spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie af, aangezien verdachte wordt vrijgesproken.
Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht met deze vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de vordering van de politieambtenaar niet krachtens wettelijk voorschrift was gedaan.