ECLI:NL:GHSHE:2011:BT7460
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over voortzetting huurovereenkomst na overlijden moeder wegens duurzame gemeenschappelijke huishouding
Appellant [X.] vorderde voortzetting van de huurovereenkomst van zijn overleden moeder op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro, stellende dat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar voerde. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende financiële waarborg en het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, en veroordeelde [X.] tot ontruiming.
In hoger beroep stelde [X.] dat hij voldoende financiële waarborg bood via een WIA-uitkering en huurtoeslag, en dat zijn tante borg wilde staan. Het hof achtte de financiële waarborg voldoende, maar oordeelde dat de door [X.] gestelde omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormden die een duurzame gemeenschappelijke huishouding aannemelijk maakten. Het feit dat hij als meerderjarige thuiswonende kostgeld betaalde, was onvoldoende.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van [X.] omdat de jurisprudentie vereist dat een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen ouder en kind alleen onder bijzondere omstandigheden wordt aangenomen. De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst werd afgewezen, het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en [X.] veroordeeld in de proceskosten van [Y.].
Uitkomst: Vordering tot voortzetting huur afgewezen wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding; ontruiming bevestigd.