ECLI:NL:GHSHE:2011:BT8240
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J.W.J. Huige
- A.L. Mertens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening van ingehouden loonheffing bij inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een holding die voor de helft aandeelhouder was van een uitzendbureau. In 2006 ontving belanghebbende loon via de holding, maar betalingen van loonheffing werden door het uitzendbureau gedaan. De Inspecteur had slechts één bedrag aan loonheffing toegelaten voor verrekening met de aanslag inkomstenbelasting, terwijl belanghebbende stelde dat ook een tweede bedrag betaald was en verrekend moest worden.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij het Hof. Tijdens het onderzoek ter zitting en op basis van stukken stelde het Hof vast dat het uitzendbureau twee bedragen had overgemaakt aan de Belastingdienst, waarvan één bedrag door de Inspecteur was erkend en het andere bedrag door belanghebbende werd betwist.
Het Hof achtte aannemelijk dat beide betalingen betrekking hadden op loonheffing over door belanghebbende genoten loon en dat het ontbreken van een maandvermelding op het tweede bedrag geen bezwaar vormde tegen verrekening. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, besloot tot verrekening van beide bedragen met de aanslag en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2006 door verrekening van twee bedragen aan ingehouden loonheffing en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.