ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.M. Renckens
- P.C.G. Brants
- E.K. Veldhuijzen van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige na emigratie en weigering medewerking ouders
De zaak betreft een 7-jarig meisje, geboren in Nederland en sinds haar geboorte feitelijk opgevoed door een pleeggezin, dat door haar ouders naar het buitenland is overgebracht toen de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek wilde doen.
De ouders voerden aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was vanwege emigratie en dat er geen feitelijk bewijs was dat de opvoeding en ontwikkeling van het kind in gevaar was. Zij boden bewijs aan door getuigen te laten horen, maar dit werd door het hof afgewezen wegens onvoldoende concretisering.
De Raad stelde dat het kind mogelijk getuige was geweest van geweld jegens haar zuster en dat de ouders geen medewerking verleenden aan het onderzoek, haar uit het onderwijs hielden en haar verblijfplaats verborgen hielden. De rechtbank had de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend en het hof bevestigde dit, oordelend dat de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van het verzoek nog Nederland was.
Het hof oordeelde dat de raad terecht zorgen had over het welzijn van het kind en dat de ouders niet in het belang van het kind handelden door haar plotseling naar het buitenland te brengen. De weigering van medewerking aan het onderzoek en het ontbreken van zicht op de veilige situatie van het kind maakten uithuisplaatsing noodzakelijk.
Daarom werd het hoger beroep van de ouders voor het grootste deel niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van 15 juli 2011 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van het meisje en verklaart de ouders niet-ontvankelijk voor het beroep tegen eerdere beschikkingen.