ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3198
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- E.A.G.M. Waaijers
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling standplaats en verblijfkostenvergoeding cao beroepsgoederenvervoer
De zaak betreft een hoger beroep van [X.] Transport B.V. tegen [Y.], voormalig internationaal chauffeur, over de toepassing van de cao beroepsgoederenvervoer en de vergoeding van verblijfkosten bij meerdaagse ritten.
De kern van het geschil is de vaststelling van de standplaats van [Y.] en de vraag of hij aanspraak heeft op een vergoeding voor verblijfkosten conform artikel 40 van Pro de cao. [X.] betoogde dat [vestigingsplaats] als tweede standplaats moet gelden, mede vanwege de feitelijke werkzaamheden in opdracht van een derde partij, Firma [Z.], terwijl [Y.] stelde dat zijn standplaats [woonplaats] is.
Het hof oordeelde dat slechts één standplaats kan gelden en dat, bij ontbreken van een expliciete standplaats in de arbeidsovereenkomst, de vestigingsplaats van de werkgever ([woonplaats]) als standplaats moet worden beschouwd. De stellingen van [X.] om [vestigingsplaats] als standplaats aan te merken waren onvoldoende onderbouwd en werden verworpen. Ook het beroep op een detacheringsregeling of bedrijfskantinefaciliteiten die afwijken van de cao-regeling faalde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat [X.] veroordeelde tot betaling van de wettelijke verhoging en rente over een bedrag aan bruto achterstallige vergoeding en een netto vergoeding voor niet uitbetaalde verblijfkosten, met proceskostenveroordeling ten laste van [X.]. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [X.] tot betaling van verblijfkostenvergoeding en proceskosten.