ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3613
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid werving leden door overkoepelende Unie KBO na uittreding KBO Brabant
De zaak betreft een geschil tussen Unie KBO en KBO Brabant over het recht van Unie KBO om na het uittreden van KBO Brabant uit de Unie, direct ledenwerving te verrichten onder de leden van KBO Brabant in Noord-Brabant. KBO Brabant vorderde onder meer een verbod op deze wervingsacties en rectificatie van communicatie-uitingen van Unie KBO.
De voorzieningenrechter had op 24 december 2010 een verbod opgelegd aan Unie KBO om ledenwerving te verrichten in Noord-Brabant en dwangsommen verbonden aan overtredingen. Unie KBO kwam hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelt dat het uittreden van KBO Brabant Unie KBO niet ontslaat van de verplichting rekening te houden met haar belangen, maar dat geen concrete gedragsregels zijn overeengekomen die Unie KBO verbieden haar eigen belangen te behartigen.
Het hof stelt vast dat Unie KBO gerechtvaardigde belangen heeft bij het voortzetten van haar dienstverlening en het werven van leden in Noord-Brabant, mede vanwege het wegvallen van belangrijke inkomsten na het vertrek van KBO Brabant. De wervingsacties van Unie KBO worden niet onrechtmatig, onredelijk of onbetamelijk geacht. Het hof vernietigt het vonnis van 24 december 2010, wijst de vorderingen van KBO Brabant af en veroordeelt KBO Brabant tot betaling van contributiegelden en geïncasseerde dwangsommen aan Unie KBO.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van 24 december 2010, wijst de vorderingen van KBO Brabant af en staat Unie KBO toe ledenwerving te houden in Noord-Brabant.