ECLI:NL:GHSHE:2011:BU6077
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bijzondere compensatie Nederlandse grensarbeider met werkzaamheden in België en Nederland
Belanghebbende, een Nederlandse grensarbeider die in België werkte, ontving aanvankelijk voorlopige algemene en bijzondere compensaties voor 2006. Bij definitieve aanslag weigerde de inspecteur de bijzondere compensatie en stelde de algemene compensatie nihil vast. Belanghebbende werkte in 2005 enkele weken in Nederland tussen Belgische dienstverbanden, wat de inspecteur aanvoerde als niet voldoen aan het vereiste van 'aansluitend' werken in België.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende recht had op bijzondere compensatie, omdat sprake was van onvrijwillig ontslag en aansluitende nieuwe dienstbetrekking binnen zes maanden. Het hof bevestigt het oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op bijzondere compensatie omdat de werkzaamheden in Nederland de aansluiting doorbraken. De term 'aansluitend' wordt strikt uitgelegd als zonder onderbreking in de Belgische grensstreek.
Wel oordeelt het hof dat de inspecteur tijdens de behandeling bij de rechtbank een toezegging heeft gedaan die bij belanghebbende het in rechte te beschermen vertrouwen heeft gewekt dat de werkzaamheden in Nederland niet zouden afdoen aan de compensatie. Dit vertrouwen wordt door het hof erkend. Daarnaast wordt de berekening van de heffingsrente aangepast conform een arrest van de Hoge Raad. Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; bijzondere compensatie wordt geweigerd vanwege werkzaamheden in Nederland die de aansluiting doorbraken.