ECLI:NL:GHSHE:2011:BU6731
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- P.A.M. Pijnenburg
- A.J. van Soelen
- Rechtspraak.nl
Vermindering onroerendezaakbelasting verzorgingshuis op grond van artikel 220f lid 8 Gemeentewet
Belanghebbende, gebruiker van een verzorgingshuis op een perceel van circa 8000 m2, had bezwaar gemaakt tegen een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) over 2006. De aanslag was verminderd op basis van artikel 220f, lid 8, van de Gemeentewet, waarbij 67% van de waarde van de opstal werd toegerekend aan woondelen. De discussie betrof de waardetoerekening van de onbebouwde grond die bij de opstal hoort.
De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het Gerechtshof met het oordeel dat 67% van de waarde van de ondergrond aan de woondelen moet worden toegerekend. Belanghebbende stelde dat de onbebouwde grond geheel hoofdzakelijk dienstbaar was aan woondoeleinden, een uitzondering op de regel, maar kon dit niet voldoende bewijzen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aan de bewijslast voldeed om deze uitzondering aan te tonen. De onbebouwde grond, bestaande uit tuin, terras, toegangsweg en parkeerterreinen, dient in beginsel niet hoofdzakelijk woondoeleinden. Het hoger beroep van de Heffingsambtenaar werd gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de aanslag verminderd tot €615,71.
Daarnaast werd de Heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ten bedrage van €1.518. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 22 september 2011.
Uitkomst: De aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd tot €615,71 omdat belanghebbende niet voldoet aan de bewijslast voor uitzondering op waardetoerekening van onbebouwde grond.