ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7348
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- E.K. Veldhuijzen van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens noodzakelijkheid onderzoek geestelijke gesteldheid
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, waarbij de moeder en vader in hoger beroep gingen tegen de door de rechtbank verleende machtigingen tot uithuisplaatsing en AWBZ-plaatsing.
De rechtbank had de minderjarige onder toezicht gesteld en machtigingen verleend voor uithuisplaatsing in een 24-uurs verblijf pleegouder en voor plaatsing in een AWBZ-instelling. De moeder betwistte de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelde dat onderzoek ambulant vanuit de thuissituatie kon plaatsvinden, terwijl de vader instemde met uithuisplaatsing maar wilde dat deze korter zou duren.
Het hof oordeelde dat de crisismachtiging en de AWBZ-machtiging niet meer relevant waren omdat de termijn was verstreken of de machtiging was vervallen. Het hof stelde vast dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige door haar sociaal-emotionele en lichamelijke problematiek, het vermoeden van seksueel misbruik, en het ontbreken van een veilige en stabiele thuissituatie.
Het hof bekrachtigde daarom de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling en wees de overige beroepen af. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren op 6 december 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling en wijst de overige beroepen af.