3.5. [X.] heeft in het beroepschrift - kort samengevat - en zoals aangevuld ter zitting het volgende aangevoerd.
[X.] ontkent dat hij toerekenbaar tekort is geschoten in de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen.
In de eerste plaats kan het ontstaan van nieuwe schulden hem niet worden verweten, mede gelet op de aard van de betreffende schulden (energierekening en ziektekosten). De vordering wegens energie is het gevolg van een jaarafrekening, hetgeen een ieder kan overkomen. Bovendien is het niet een bovenmatige schuld. Ten aanzien van de ziektekostenverzekering geldt dat dit evenmin een bovenmatige schuld betreft. Verder is deze nieuwe schuld het gevolg van een onbetaalde tandartsnota.
In de tweede plaats is de boedelachterstand, voor zover deze daadwerkelijk bestaat, eveneens te overzien. Een en ander is niet van een omvang die tussentijdse beëindiging zonder schone lei rechtvaardigt.
Ten aanzien van een eventuele schending van de informatieverplichting stelt [X.] dat zowel door hem als de beschermingsbewindvoerder en de begeleider bij SDW te [vestigingsplaats] is toegelicht dat er sprake is van 5 inwonende meerderjarige kinderen. Eén van hen was ten tijde van de mondelinge behandeling in eerste aanleg werkzaam en betaalde ook kostgeld.Een tweede kind heeft juist de studie afgerond en zal op korte termijn inkomsten genereren en derhalve ook kostgeld gaan betalen.
Ter zitting van het hof is daar nog aan toegevoegd dat met hulp van de beschermingsbewindvoerder en de begeleiding bij SDW is bereikt dat de thuiswonende kinderen die een inkomen genieten nu ook daadwerkelijk kostgeld - gaan - betalen. Tevens is ten aanzien van de jongste zoon eveneens een beschermingsbewind aangevraagd. De uitwonende dochter, als eventuele informante tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aanwezig, heeft ter zitting toegezegd dat zij haar ouders financieel zal ondersteunen. Hierdoor kunnen de vaste lasten worden voldaan en is het mogelijk om de nieuwe schulden te voldoen en de boedelachterstand (tijdig) in te lopen.
De onduidelijkheid over de waarde van een scooter is weggenomen doordat tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank door de beschermingsbewindvoerder is verklaard dat de scooter total loss was en geen waarde meer had.
[X.] heeft geen recht op huurtoeslag gelet op het toetsingsinkomen van het volledige gezin. Dit is echter, in tegenstelling tot hetgeen de rechtbank heeft overwogen, niet afhankelijk van het aantal kinderen dat bij [X.] woont en kan evenmin worden gekoppeld aan de schending van de informatieverplichting. [X.] ontvangt wel zorgtoeslag.
3.6. De bewindvoerder heeft in haar brief aangevoerd dat volgens de Recofa- richtlijnen voor een inwonend meerderjarig kind dient te worden uitgegaan van een fictief bedrag dat aan kostgeld wordt betaald zodra het de 21-jarige leeftijd heeft bereikt. Doordat onvoldoende kostgeld werd ontvangen, zijn er problemen ontstaan in het betalen van de vaste lasten. De nieuwe schulden betreffen een op naam van [X.] staande eindafrekening van Oxxio ter hoogte van € 979,40. De beschermingsbewindvoerder heeft deze vordering niet kunnen voldoen door het ontbreken van inkomsten uit kostgeld van de meeste inwonende kinderen. Op 15 november 2011 is bovendien gebleken dat de vordering van VGZ ( in verband met het verschuldigd zijn van een eigen bijdrage ter zake van een aantal declaraties) ad € 552,08 nog niet is voldaan. Uit een overgelegde waardebepaling blijkt dat de huidige waarde van de scooter van [X.] € 50,00 bedraagt.
Op grond van de bekende gegeven is een achterstand in de aflossing aan de boedelrekening van € 178,86 berekend. Deze achterstand is mogelijk hoger nu de gegevens met betrekking tot het vakantiegeld nog niet zijn ontvangen.