ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7426
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- Th.A. Pouw
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen
De zaak betreft het hoger beroep van [X.] tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank 's-Hertogenbosch. [X.] had onvoldoende inzicht gegeven in de oorzaken van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof heeft vastgesteld dat ondanks het overleggen van jaarrekeningen en andere stukken, [X.] geen voldoende onderbouwing kon geven over de financiële situatie en het ontstaan van zijn schulden. Met name de schuld aan de Belastingdienst, gebaseerd op een ambtshalve aanslag, werd niet als te goeder trouw ontstaan beschouwd. Ook ontbrak het aan bewijs van een causaal verband tussen persoonlijke omstandigheden, zoals de echtscheiding, en het ontstaan van de schulden.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling terecht is afgewezen omdat [X.] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was. Het beroep op het correctiemechanisme van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro faalt eveneens wegens onvoldoende inzicht in de schuldpositie en het ontbreken van controle over zijn financiële situatie. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van te goeder trouw handelen.