ECLI:NL:GHSHE:2011:BV2376
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W.J. Huige
- M. van Dun
- A.L. Mertens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens beëindiging pachtovereenkomst zonder vergoeding
Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote een melkveebedrijf dat fiscaal ruisend werd ingebracht in een BV, waarbij de onroerende zaken werden verpacht aan de BV. De BV staakte het melkveebedrijf en beëindigde de pachtovereenkomst om niet in 2003. De inspecteur nam in 2002 een bedrag als resultaat uit een werkzaamheid in aanmerking en legde in 2003 een navorderingsaanslag op waarin hij het voordeel uit de beëindiging van de pacht als uitdeling aanmerkte en belastte als inkomen uit aanmerkelijk belang.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde dat het voordeel reeds in 2002 als resultaat uit een werkzaamheid was belast en dat het in strijd met het systeem van de Wet op de inkomstenbelasting is om dit voordeel opnieuw in 2003 als uitdeling te belasten. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.
Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. Een verzoek van belanghebbende tot vergoeding van werkelijke kosten werd afgewezen omdat de navorderingsaanslag mede voortvloeide uit zijn eigen gewijzigde standpunt in de eerdere procedure. De uitspraak werd gedaan door het hof 's-Hertogenbosch op 30 september 2011.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003 wegens dubbele belastingheffing.