ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ0432
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W.J. Huige
- G.J. van Muijen
- P.A.M. Pijnenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake fiscale waardering en belastingheffing bij beëindiging pachtovereenkomst landbouwgrond
Belanghebbende en zijn echtgenote waren eigenaar van landbouwgrond en verpachtten deze aan hun BV. Medio 2001 staakte de BV het melkveebedrijf en in 2003 werd de pachtovereenkomst om niet beëindigd. De Inspecteur corrigeerde het aangegeven inkomen 2002 met het verschil tussen de waarde vrij en de waarde verpacht als resultaat uit overige werkzaamheid.
Het Hof oordeelt dat de pachtovereenkomst is gesloten tussen zakelijk handelende partijen en dat de waarde in verpachte staat per 1 januari 2001 € 858.360 bedraagt, conform een bindend compromis tussen taxateurs. De keuze van belanghebbende om de boekwinst in 2002 te nemen is op grond van goed koopmansgebruik juist en kan niet worden herzien.
Verder stelt het Hof dat de beëindiging van de pacht leidt tot een belastbaar resultaat uit werkzaamheid in box 1 en niet tot inkomen uit aanmerkelijk belang. Artikel 3.99 Wet IB 2001 is niet van toepassing omdat de waardesprong niet het uitgroeien van een werkzaamheid tot onderneming betreft. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de belastingheffing over de boekwinst vindt plaats in 2002 als resultaat uit overige werkzaamheid in box 1.