ECLI:NL:GHSHE:2012:BV2165
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- P.A. Van Voorst van Beest
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens veranderde omstandigheden met vergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door Georgia-Pacific Nederland B.V. De werknemer voerde onder meer aan dat het appelverbod doorbroken moest worden wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor, omdat hij niet correct was opgeroepen. Het hof oordeelde dat de kantonrechter de zaak niet had mogen behandelen zonder vast te stellen of de oproeping was ontvangen, waardoor het appelverbod doorbroken werd.
De werknemer stelde dat het ontbindingsverzoek verband hield met een opzegverbod wegens ziekte, maar het hof stelde vast dat hij op 23 februari 2011 niet langer ziek was. Georgia-Pacific voerde aan dat de werknemer herhaaldelijk ongeoorloofd afwezig was, terwijl de werknemer stelde dat het verlof steeds in overleg was opgenomen. Het hof concludeerde dat tot 23 februari 2011 geen sprake was van dringende reden voor ontbinding.
Het hof oordeelde dat ontbinding wegens dringende reden niet toewijsbaar was, maar dat ontbinding wegens veranderde omstandigheden gerechtvaardigd was omdat het vertrouwen tussen partijen was geschaad door het uitblijven van contact na 23 februari 2011. De ontbinding wordt vastgesteld per 1 maart 2012 met een vergoeding van €11.000 bruto aan de werknemer. De proceskosten worden gecompenseerd en Georgia-Pacific krijgt de gelegenheid het verzoek in te trekken.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 maart 2012 met een vergoeding van €11.000 aan de werknemer.