ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1281
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- O.M.J.J. van de Loo
- A.M.G. Smit
- M. Rutgers
- Rechtspraak.nl
Toepassing Terugkeerrichtlijn bij strafbaarheid negeren ongewenstverklaring
De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht, namelijk het negeren van een ongewenstverklaring. Het hof onderzoekt de toepasselijkheid van de Europese Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) op deze strafzaak, waarbij de verdachte als onderdaan van een derde land illegaal in Nederland verbleef.
Het hof stelt vast dat de Terugkeerrichtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is en dat de ongewenstverklaring geldt als een terugkeerbesluit in de zin van de richtlijn. Nederland heeft de richtlijn niet tijdig geïmplementeerd, maar de richtlijn geldt rechtstreeks vanaf 24 december 2010. Het hof oordeelt dat de richtlijn ook van toepassing is op strafzaken met overtreding van artikel 197 Sr Pro, ongeacht de datum van de overtreding.
De verdachte was op 4 juni 2008 ongewenst verklaard en op 2 maart 2011 in Maastricht aangetroffen, terwijl hij wist dat hij ongewenst was. De verdediging voerde overmacht aan, maar het hof verwierp dit omdat de verdachte vanuit België naar Nederland reisde voor medische behandeling, zonder dat is gebleken dat dit elders niet mogelijk was.
Het hof concludeert dat de oplegging van gevangenisstraf niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn, mits voldaan is aan de voorwaarden dat de terugkeerprocedure is toegepast en dat de verdachte geen geldige reden had om niet terug te keren. De verdachte is later uitgezet, waarmee de inspanningsverplichting van de overheid is beëindigd. De straf van twee maanden gevangenisstraf wordt opgelegd, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het negeren van een ongewenstverklaring, met toepassing van de Terugkeerrichtlijn.