De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het illegaal verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij ongewenst was verklaard. Het hof oordeelde dat de politie niet onrechtmatig was binnengedrongen in de garage/schuur waar verdachte verbleef, omdat deze ruimte niet als woning kon worden aangemerkt.
De terugkeerrichtlijn was van toepassing en de overheid had voldoende inspanningen verricht om de verdachte terug te laten keren naar Marokko. De verdachte werkte niet mee aan zijn terugkeer en gaf medische redenen op die het hof niet aannemelijk achtte.
De redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep was overschreden, waardoor de straf werd verlaagd van twee maanden naar 57 dagen gevangenisstraf. De tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht.
Het hof bevestigde het vonnis voor het overige en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 57 dagen wegens illegaal verblijf zonder geldige reden.