ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5397
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- E.A.G.M. Waaijers
- C.A.M. Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst vestigingsmedewerker
Appellant was sinds 1986 in dienst bij een glashandel en verfgroothandel en werkte laatstelijk als vestigingsmanager. Na een overname door geïntimeerde werd appellant wegens arbeidsongeschiktheid herplaatst als vestigingsmedewerker. In 2009 werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd vanwege bedrijfseconomische redenen, waarvoor het UWV toestemming gaf.
Appellant stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat hij ten onrechte als magazijnmedewerker werd aangemerkt, niet betrokken was bij de bedrijfsovername, en onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht. Ook voerde hij aan dat hij vanwege medische beperkingen geen passende arbeid kon vinden en onvoldoende compensatie ontving.
Het hof oordeelde dat appellant sinds 2006 feitelijk als vestigingsmedewerker werkte met behoud van salaris en dat de reorganisatie de functie deed vervallen. De stellingen van appellant over de functie-inhoud en bedrijfsovername waren onvoldoende onderbouwd. Het hof vond dat geïntimeerde voldoende re-integratie-inspanningen had geleverd en passende voorzieningen had aangeboden, die appellant had afgewezen.
Gezien de omstandigheden en het belang van geïntimeerde bij de opzegging, was de opzegging niet kennelijk onredelijk. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet kennelijk onredelijk was en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.