ECLI:NL:RBBRE:2011:BP1803
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden niet kennelijk onredelijk
Werknemer was 54 jaar oud en ruim 24 jaar in dienst bij de werkgever, die door reorganisatie en bedrijfseconomische omstandigheden de arbeidsovereenkomst opzegde met toestemming van het UWV WERKbedrijf. Werknemer stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat deze was gebaseerd op een valse of voorgewende reden en de gevolgen voor hem te ernstig waren.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging niet op een valse of voorgewende reden was gebaseerd. Werknemer had sinds zijn arbeidsongeschiktheid in 2005 feitelijk als vestigingsmedewerker gewerkt en niet meer als vestigingsmanager. De werkgever had een ruime vrijheid in de reorganisatie en mocht werkzaamheden verplaatsen en een deel van het personeel niet overdragen aan de koper. Werknemer kon niet afdwingen dat hij door de koper werd overgenomen.
Hoewel werknemer een passende functie bij het hoofdkantoor en een outplacementtraject werd aangeboden, weigerde hij deze. De rechtbank vond dat de nadelige gevolgen van het ontslag daardoor niet volledig aan de werkgever konden worden toegerekend. De vergoeding van € 15.000,- die de werkgever betaalde werd als passend beschouwd. De vorderingen van werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden is niet kennelijk onredelijk en de vorderingen van werknemer worden afgewezen.