ECLI:NL:GHSHE:2012:BW7374
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- E.A.G.M. Waaijers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen
Appellant was sinds 1998 in dienst bij Herwil B.V. (voorheen Schilderwerken) en vervulde sinds 2008 de functie van hoofduitvoerder. In 2009 werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, waarbij Herwil een ontslagvergunning had verkregen van het UWV Werkbedrijf. Appellant betwistte de bedrijfseconomische grondslag en stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, mede vanwege zijn lange dienstverband, leeftijd en gezondheidsproblemen.
Het hof onderzocht de financiële situatie van Herwil aan de hand van jaarrekeningen en rapportages van een accountant. Hieruit bleek een significante omzetdaling en verlies, waardoor ontslagen noodzakelijk waren om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. De stelling van appellant dat er geen bedrijfseconomische noodzaak was en dat er sprake was van een onrechtmatige daad, werd onvoldoende onderbouwd.
Verder nam het hof het eerdere dienstverband van appellant mee bij de beoordeling van het gevolgencriterium. Hoewel appellant rugklachten aanvoerde die zijn kansen op ander werk zouden beperken, kon hij niet aantonen dat Herwil hiervan op de hoogte was tijdens de ontslagprocedure. Ook de inspanningen van Herwil om passend werk te vinden werden als voldoende beoordeeld. Gelet op alle omstandigheden achtte het hof het ontslag niet kennelijk onredelijk en bekrachtigde het de eerdere vonnissen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens bedrijfseconomische redenen is niet kennelijk onredelijk en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.