ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9080
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- E.A.G.M. Waaijers
- C.A.M. Walsteijn
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over loondoorbetaling en ontslag tijdens ziekte met beoordeling UWV-oordeel
In deze civiele zaak draait het om de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst van een werknemer tijdens zijn ziekteperiode rechtsgeldig was en of het oordeel van het UWV over arbeidsongeschiktheid correct is toegepast. De werknemer was sinds 1997 in dienst en meldde zich ziek in oktober 2010. De arbo-arts verklaarde hem aanvankelijk arbeidsongeschikt, maar later arbeidsgeschikt per 1 november 2010. De werknemer vroeg vervolgens een deskundigenoordeel aan bij het UWV, dat op 17 januari 2011 concludeerde dat hij per 1 november 2010 arbeidsongeschikt was wegens ernstige psychische klachten.
De werkgever had op 3 december 2010 de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het UWV, maar de werknemer stelde dat de opzegging in strijd was met het opzegverbod tijdens ziekte. De voorzieningenrechter had de loonvordering van de werknemer toegewezen, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat het UWV-oordeel een voortbouwend oordeel is en dat de werkgever geen beroep kan doen op het opzegverbodartikel 7:670 lid 1 sub b BW.
Verder oordeelt het hof dat de werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat de werknemer niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan, mede gezien zijn psychische gesteldheid. De grieven van de werkgever falen, het vonnis wordt bekrachtigd en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de opzegging tijdens arbeidsongeschiktheid onrechtmatig was, met toewijzing van loonvordering en veroordeling in proceskosten.