ECLI:NL:GHSHE:2012:BX4046
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- S.M.A.M. Venhuizen
- J.C.J. van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Ontbinding kredietovereenkomsten en nietig opeisingsbeding op grond van de Wet op het consumentenkrediet
In deze zaak gaat het om twee kredietovereenkomsten tussen DSB Bank en twee kredietnemers, waarbij het hof beoordeelt of het beding tot vervroegde opeisbaarheid van de restantschuld rechtsgeldig is en of ontbinding van de overeenkomsten gerechtvaardigd is.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het beding in de algemene voorwaarden dat bij achterstalligheid van betaling van twee of meer termijnen de restantschuld vervroegd opeisbaar is, nietig is op grond van artikel 33 Wck Pro omdat het niet aansluit bij de wettelijke eis dat de achterstalligheid in maanden moet worden uitgedrukt. DSB had geen vordering tot ontbinding ingesteld, maar in hoger beroep is deze eis toegevoegd.
Het hof bevestigt dat de bepaling nietig is en oordeelt dat de wanprestatie van de kredietnemers, met een betalingsachterstand van minstens 23 termijnen, ernstig genoeg is om ontbinding van de kredietovereenkomsten op grond van artikel 44 Wck Pro te rechtvaardigen. Tevens wordt DSB in de gelegenheid gesteld om inzicht te geven in de gehanteerde kredietvergoedingspercentages, omdat het overeengekomen rentepercentage te hoog lijkt.
De zaak wordt aangehouden om DSB de mogelijkheid te geven aanvullende informatie te verstrekken, waarna de kredietnemers kunnen reageren. Het hof wijst de vorderingen tot ontbinding en betaling toe, met inachtneming van de wettelijke rente na ontbinding.
Uitkomst: Het hof verklaart het opeisingsbeding nietig, wijst ontbinding van de kredietovereenkomsten toe wegens wanprestatie en houdt de zaak aan voor nadere informatie over de kredietvergoedingspercentages.