ECLI:NL:GHSHE:2012:BX4438
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J. Swinkels
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastbaarheid van optierechten op moment van vesting en navordering wegens kwade trouw
Belanghebbende, werkzaam als Human Resources Director bij een dochtermaatschappij van een Amerikaans concern, ontving in de jaren 1999 tot en met 2006 aandelenopties met voorwaarden waaronder een looptijd en het in dienst blijven. De kern van het geschil betrof of het belastbare voordeel uit deze optierechten moest worden vastgesteld op het moment van toekenning (grant date) of op het moment dat de opties onvoorwaardelijk werden (vesting).
De Rechtbank oordeelde dat het voordeel belastbaar was op de grant date, wat voor belanghebbende gunstiger was. De Inspecteur stelde echter dat het belastbare moment de vesting was. Het Hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeerde dat het belastbare voordeel ontstaat bij vesting, conform het standpunt van de Inspecteur.
Daarnaast oordeelde het Hof dat sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en dat belanghebbende te kwader trouw had gehandeld door het niet opgeven van de optierechten in zijn aangifte. Het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel werden niet geschonden en er was geen sprake van vrijwillige verbetering. De boete wegens opzet werd door het Hof als pleitbaar beschouwd, waardoor deze deels werd bevestigd.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor zover die de navorderingsaanslag betrof, bevestigde de uitspraak voor de proceskosten en griffierecht, en kende belanghebbende een proceskostenvergoeding toe wegens deels ongegrond hoger beroep van de Inspecteur.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het belastbare voordeel uit optierechten ontstaat bij vesting en verklaart navordering wegens kwade trouw terecht.