ECLI:NL:HR:1999:AA2757

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34347
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • Zuurmond
  • Pos
  • Beukenhorst
  • Monné
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
15 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag vermogensbelasting 1993

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 aanvankelijk een aanslag vermogensbelasting opgelegd op een vermogen van ƒ 7.014.000,--. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op een hoger vermogen van ƒ 12.755.000,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze navorderingsaanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweer van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verwierp het beroep in cassatie. Het arrest werd op 12 mei 1999 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Zuurmond, Pos, Beukenhorst en Monné.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 maart 1998 betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vermogensbelasting.
1. Aanslag, navorderingsaanslag en geding voor het Hof Nadat aan belanghebbende voor het jaar 1993 aanvankelijk een aanslag in de vermogensbelasting was opgelegd naar een vermogen van ƒ 7.014.000,--, is hem ver volgens voor dat jaar in die belasting een navorderingsaanslag opgelegd naar een vermogen van ƒ 12.755.000,--, welke navorderingsaanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof, dat die uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 12 mei 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Pos, Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier De Bruin, en op die datum in het openbaar uitgesproken.