ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7358
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- C.A.M. Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Beroep op dwaling bij arbeidsovereenkomst taxi chauffeur na TIA niet gehonoreerd
De zaak betreft een hoger beroep van Alptax tegen een vonnis waarin het beroep op dwaling bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst met een taxichauffeur werd afgewezen. De werknemer had in december 2008 vermoedelijk een TIA doorgemaakt, wat volgens de ministeriële regeling eisen stelt aan de rijgeschiktheid van taxichauffeurs. Alptax stelde dat zij bij kennis van de TIA de arbeidsovereenkomst niet zou zijn aangegaan.
De neuroloog stelde een werkdiagnose TIA vast, maar kon dit niet met zekerheid aantonen. Het hof oordeelde dat alleen het CBR bevoegd is om de geschiktheid tot het besturen van een taxi vast te stellen na een TIA. Omdat het CBR geen ongeschiktheid had vastgesteld, mocht de werknemer haar functie blijven vervullen.
Alptax had de werknemer niet geïnformeerd over de noodzaak van een keuring door het CBR, en kon daarom niet met succes een beroep doen op dwaling. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Alptax in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep op dwaling wordt verworpen en de arbeidsovereenkomst blijft van kracht.