ECLI:NL:GHSHE:2012:BX8133
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- Th.A. Pouw
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen
Appellante heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, dat werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Tevens werd geoordeeld dat zij de verplichtingen uit de regeling niet naar behoren zou nakomen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij wel te goeder trouw was, dat zij haar schulden tracht af te bouwen en dat zij zich zal inspannen aan de verplichtingen te voldoen. Zij betwistte dat zij onvolledig of onjuist was geweest in de communicatie met de curator. Het hof stelde echter vast dat appellante geen geldig voorbehoud had gemaakt voor het aanvullend beroepschrift en dat dit niet tijdig was ingediend.
Daarnaast richtte appellante haar grief slechts tegen de afwijzing op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro, niet tegen de afwijzing op grond van sub b, waardoor het hof uitgaat van de juistheid van dat oordeel. Gezien het ontbreken van praktisch belang voor de overige grief, werd het beroep verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het hof benadrukte dat de gedragsmaatstaf van goed vertrouwen mede dient om misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan en dat alle omstandigheden, zoals aard en omvang van schulden, inspanningen tot voldoening en gedrag ten opzichte van schuldeisers, worden meegewogen.
De uitspraak bevestigt dat een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling alleen wordt toegewezen indien aan alle vereisten van artikel 288 lid 1 Fw Pro is voldaan, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden en het nakomen van verplichtingen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijk maken van goed vertrouwen.