Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd vanwege een te laag aangegeven gebruikelijk loon over 2004. Ondanks eerdere afspraken over het gebruikelijk loon, werd een lager loon opgegeven dan volgens de Inspecteur gebruikelijk was. Belanghebbende verzocht om ambtshalve vermindering van de vennootschapsbelastingaanslag en verhoging van de verkrijgingsprijs van zijn aandelen, waarbij hij het bezwaar tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting niet introk zolang hierover geen uitsluitsel was.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende met zijn verzoeken en communicatie een verband had gelegd tussen de inkomstenbelastingaanslag en de vennootschapsbelastingaanslagen. Gelet op redelijkheid en billijkheid kon belanghebbende zich niet langer met vrucht verzetten tegen de navorderingsaanslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Het Hof wees tevens af dat het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk werd vergoed en veroordeelde partijen niet in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting bevestigd.