ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9262
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering gebruikelijk loon directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een B.V. en gaf in zijn aangifte inkomstenbelasting een te laag gebruikelijk loon aan. De inspecteur stelde dat hierover een afspraak was gemaakt waarbij het gebruikelijk loon op 70% van de managementvergoeding werd vastgesteld. De rechtbank acht aannemelijk dat deze afspraak bestond en concludeert dat belanghebbende te kwader trouw handelde door een lagere loonopgave te doen.
Belanghebbende voerde aan dat hij in vooroverleg was met de inspecteur en daarom het lagere loon had opgegeven, maar de rechtbank oordeelde dat dit vooroverleg niet uitsluit dat hij wist dat de aangifte onjuist was. Ook het voorstel van belanghebbende om het loon in latere jaren te corrigeren met een tantième kon het oordeel niet veranderen.
De navorderingsaanslag is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Daarnaast is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep, zodat geen immateriële schadevergoeding wordt toegekend. Ook wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.